WAT IS VRIJMETSELARIJ

Werken aan jezelf met behulp van aansprekende symbolen en ritualen. Geen geloof of religie, maar een positief gerichte levenshouding zonder dwang of dogma. Over wezenlijke zaken van het leven denken, praten en doen.

 

Vrijmetselarij kent geen proeftijd. We bieden naast voorlichting ook oriëntatiebijeenkomsten voor serieuze belangstellenden. Aanmelden gebeurt door tussenkomst van een lid van de loge. Kent u die niet, dan kunt u zich wenden tot de secretaris van de loge.

 

Kleuters zijn we, maar we staan op de schouders van reuzen

If I have seen further than others, it is by standing upon the shoulders of giants.

Truth is ever to be found in simplicity, and not in the multiplicity and confusion of things.

Voltaire was het pseudoniem van François-Marie Arouet (1694-1778), een van de grootste schrijvers en filosofen uit de geschiedenis van Frankrijk. Voltaires gedachtegoed kenmerkte zich door een vooruitstrevend humanisme, rationalisme en felle kritiek op onrecht en de kerk.

Samen met filosofen als Jean-Jacques Rousseau, Denis Diderot, Charles Montesquieu, René Descartes, John Locke en Adam Smith behoort Voltaire tot de bekendste en invloedrijkste filosofen van de Verlichting

Door te luisteren leren we...

Dick van Peijpe

Een der oprichters van L'Age d'Or. Eerste voorzittend Meester van de loge werd in 1991 full member van de oudste engelse research lodge, de Quatuor Coronati Lodge no.2076 in Londen.

Cor Hagen

Arts-neuroloog en  Grootsectetaris  van het Grootoosten der Nederlanden. Lid van de  L'Age d'Or.

Evert Kwaadgras

KWAADGRAS, was van huis uit classicus lid van L'Age d'Or, Hij was niet alleen een internationaal gevierd kenner van de maçonnieke geschiedenis, hij greep ook in als de traditionele legendevorming over aard en wezen van de vrijmetselarij in de Nederlandse pers op hol sloeg.

Achtergronden

De bijeenkomsten van de loge worden gekenmerkt door een warme broederlijke sfeer, waarin de werkzaamheden serieus en op stijlvolle wijze plaatsvinden; zonder plechtstatigheid, maar met een subtiel zweempje humor.

Deze bijeenkomsten vinden plaats op de eerste, derde en eventueel vijfde woensdag van elke maand, van september tot en met juni in het Leids Maçonniek Centrum, Steenschuur 6 te Leiden, aanvang meestal 20.00 uur. Voor de meest recente informatie verwijs ik u naar de Agenda ("arbeidstafel").

Omdat bij l’Age d’Or de nadruk ligt op het op een regelmatige en juiste wijze beoefenen van vrijmetselarij, zult u op deze pagina's vergeefs zoeken naar  esoterische verhandelingen  over wat vrijmetselarij is.

Indien u reeds vrijmetselaar bent, zult u de waarde onderkennen van de spreuk, dat: “Freemasonry is a peculiar system of morality, veiled in allegory, and illustrated by symbols”.

Indien u (nog) geen vrijmetselaar bent, zult u, indien u een oprechte belangstelling hebt, ervaren dat de enige manier om vrijmetselarij te leren kennen is door haar te beoefenen. Ik moge u voor nadere informatie verwijzen naar de op deze pagina gegeven Algemene Informatie en de ‘veelgestelde vragen’.

Voor belangstellenden houden we regelmatig open avonden, waarin belangstellenden kennis kunnen maken met vrijmetselaars van L'Age d'Or. U kunt dan in gesprek met loge-leden uw vragen stellen. Tevens zal er de mogelijkheid bestaan om de rituele ruimte te bezichtigen.

Historie Nederland Met hulp van vrijmetselaren uit Engeland en Frankrijk werd al in 1734 in Den Haag de eerste Nederlandse loge opgericht. Dat gebeurde in het logement Lion d’Or, het latere House of Lords, dat in 1986 werd afgebroken in verband met de nieuwbouw van de Tweede Kamer. In 1735 volgde de oprichting van een tweede loge, daarna van meer loges, ook in andere steden. Verdacht van Oranjegezindheid werden de loges al spoedig door de patriottistische Staten van Holland verboden. Men vond het vreemd en verdacht dat mannen van verschillende politieke signatuur en kerkelijke gezindheid zich in één organisatie verenigden. Prins Frederik ﷯Na het herstel van het stadhouderschap, in 1744, herleefde de vrijmetselarij. In 1756 sloten tien loges zich aaneen tot de ‘Groote Loge der Zeven Vereenigde Nederlanden’, welke benaming in 1817 werd gewijzigd in de ook nu nog geldende: Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden. Twee prinsen uit het huis van Oranje hebben in de negentiende eeuw de functie van grootmeester van de Orde van Vrijmetselaren bekleed: Prins Frederik (de jongere broer van Koning Willem II, die zelf ook vrijmetselaar was) gedurende 65 jaar, van 1816-1881, en Prins Alexander (de jongste zoon van Koning Willem III) van 1882 tot zijn vroege dood in 1884. Het koloniale tijdperk is van invloed geweest op de verbreiding van de vrijmetselarij vanuit ons land. Nederlanders vestigden zich op de Antillen, in Suriname, op Ceylon, in India, Zuid-Afrika en Rhodesië, het voormalige Nederiands-Indië, China en Brazilië. Zestien loges buiten Nederland, onder andere op de Nederlandse Antillen en in Suriname, behoren nog steeds tot de orde. In 1940 werd de orde door de Duitse bezetters als een der eerste tot verboden vereniging verklaard. De wereldvermaarde Ordebibliotheek en het kostbare museumbezit werden naar Duitsland afgevoerd. Grootmeester Hermannus van Tongeren werd gearresteerd en kwam op 29 maart 1941 om het leven in het concentratiekamp Sachsenhausen. Kort na het eind van de oorlog werd het grootste deel van bibliotheek en historisch archief in schuren nabij Frankfurt gevonden en teruggebracht. In 1939 telde de orde ruim 4.100 leden en 67 loges. Na de bezetting van Nederland en het eind van de oorlog in het Verre Oosten, was dit aantal gedaald tot drieduizend leden en 64 loges, deels door natuurlijk verloop, deels doordat een aantal leden in Duitse en Japanse kampen in het toenmalige Nederlands-Indië was omgekomen. Na 1945 is aanvankelijk het ledental in Nederland, ook door de repatriëring van vrijmetselaren uit Indonesië, sterk toegenomen. Tot 1970 liep de groei van het aantal loges vrijwel gelijk met die van het aantal leden. Na 1970 nam het aantal loges verder toe, terwijl het ledental min of meer constant rond zesduizend bleef. De toename van het aantal loges werd vooral veroorzaakt door de groei van forensenplaatsen, de industrialisering en de verstedelijking buiten de Randstad. In de zuidelijke provincies werd de groei ook bevorderd door de verbeterde verhouding tussen de vrijmetselarij en de Rooms-Katholieke kerk. Een en ander heeft tot gevolg gehad dat in plaatsen als Almere, Velsen, Amstelveen, Castricum, Huizen, 's-Hertogenbosch, Tilburg, Oosterhout, Roosendaal en Heerlen loges werden opgericht. Er zijn op dit moment in Nederland 156 loges in 73 plaatsen en de Orde (de vrijmetselarij) telt zo’n 6000 leden Historie Internationaal ﷯Historie: 300 jaar de vrije mens centraal. Op Sint-Jansdag, 24 juni 1717, werd in Londen door vier loges de eerste overkoepelende Grootloge opgericht. Dit wordt gezien als de geboortedatum van de moderne vrijmetselarij. Daarna groeide de vrijmetselarij onstuimig. Men had genoeg van de politieke twisten en godsdienstoorlogen. In 1734 kwam vrijmetselaren al bijeen in Den Haag, waar in 1756 onze Orde werd opgericht. Eeuwenoud en eerbiedwaardig De vrijmetselarij is voortgekomen uit de bouwcorporaties van de middeleeuwen en is in haar huidige organisatievorm drie eeuwen oud. Er zijn vele wortels, o.a. in Schotland en Frankrijk, maar Engeland is de bakermat van de vrijmetselarij. Daar bloeide in de 17de eeuw de Royal Society, een genootschap van vooruitstrevende wetenschappers, onder wie veel vrijmetselaren. In 1666 woedde in het grotendeels houten Londen een enorme brand, die tachtig procent van de stad in as legde. Voor de wederopbouw in steen kwamen vanuit heel Europa bouwlieden en architecten naar Londen. De vrijmetselarij telde onder haar leden de grootste geesten en kunstenaars van hun tijd. De betekenis van de vrijmetselarij als leerschool van deugd en democratie is enorm geweest. De meeste grote filosofen van de Verlichting waren vrijmetselaar: Rousseau, Montesquieu, Voltaire, Lessing, Goethe, enzovoorts. De meeste ‘founding fathers’ van de VS waren vrijmetselaar, onder wie de eerste president George Washington. Priesters en dominees waren vrijmetselaar. Beroemde musici van Mozart tot Duke Ellington. In Nederland schrijvers als Johannes Kinker, Multatuli en Frederik van Eeden. Politici als Winston Churchill en Franklin Roosevelt, en in ons land de socialist Willem Drees en de liberaal Pieter Oud. Stuk voor stuk onafhankelijke geesten. Vrijmetselaren hebben zich ingezet voor de samenleving door het oprichten van verenigingen en charitatieve organisaties.

Werken in de loge

In de loge komen mannen samen met zeer verschillende achtergronden: uiteenlopende wereldvisies, opleidingen, beroepen en maatschappelijke posities. Ook de religieuze overtuigingen lopen uiteen. Zo kent L’Age d’Or zowel Protestants-christelijke als Roomskatholieke, Islamitische, Joodse en Boedhistische leden, naast leden die niet kerkelijk zijn.

Voor elkaars opvattingen en anders-zijn bestaat het grootste respect. In de geest van verdraagzaamheid beoefenen zij, in onderlinge broederschap, dat rituele spel dat vrijmetselarij heet en waarbij zij uiteindelijk werken aan verbetering van zichzelf en van de wereld waarin zij leven.

De leden van de Loge “L’Age d’Or” komen samen op de avond van de eerste en de derde woensdag van de maand. Indien in de maand een vijfde woensdag valt, vindt op die avond een informele bijeenkomst plaats. Deze bijeenkomsten worden gehouden in het Logegebouw aan de Steenschuur nr. 6 te Leiden. Zie voor meer informatie ook de pagina's over Open Avonden bij L'Age d'Or.

Wel of juist géén comparities

Een comparitie is een verschijning,  een opkomst ter beraadslaging, of  zitting. Onder vrijmetselaars gebruikelijk is het dat een broeder een stelling uitdraagt, waarna de overige  broeders de gelegenheid krijgen hierover hun mening te geven. Niet om de spreker de maat te nemen, maar om reflectie te geven van je eigen ervaring en opvatting. Bij L'Age d'Or worden comparities maar spaarzaam gedaan. Wellicht geeft het hieronder staande stukje daarover enige helderheid.

Een broeder werd eens gevraagd een stukje te schrijven. Natuurlijk dacht hij dat het wel over zou wel overwaaien. Want, als je maar consequent niet reageert. Nee dus. En dus zei gisterenavond een broeder in de loge dat hij uiterlijk zondag een tekstje moest hebben. Vooruit dan maar, gauw even. Hij zei ook dat je je onsterfelijk maakt door wat je schrijft. Hoe zou hij dat bedoelen? Maar geen tijd meer voor diepzinnige vragen, even doortypen nu.  (Zou dit eigenlijk al niet genoeg zijn?)

Maar goed, ik ben nu toch bezig. Wat zouden ze van me willen? Moet ik ook verkondigen dat “l ‘Age d’Or” uiteraard zo superieur is, veel beter dan elke andere loge? Dat zou dan een goed bewaard geheim zijn, wat maar beter goed bewaard kan blijven. Sssttt! Anders wil straks de hele Orde lid worden. Of al was het alleen maar La Vertu... ff niet aan denken!

Ànders is het wel, bij ons. We doen geen bouwstukken. In andere loges wel. Keer op keer, elke week opnieuw. Je knijpt je tenen bij elkaar van de armoede en de ellende. Maar, zeggen ze dan, je leert je medebroeders er zo goed door kennen. Wat mij betreft, die kant van mijn medebroeders wil ik helemaal niet kennen! Zonder hun bouwstukken vind ik ze allemaal aardige en soms best interessante mannen. Liever zo houden!

Dat is dus al een prima reden om maar lid te worden van “Gouden Tijden”. Moet je dan alleen lid worden om wat er mìnder is: niet die obligate verhalen? Nee, nee, er is ook wel wat meer. Aandacht voor een goede uitvoering van het rituaal bijvoorbeeld. Niet in de Loge met je boekje in de hand een tekst voorlezen die je kennelijk voor het eerst onder ogen komt. Da’s niet zo inspirerend. Is iedereen dan bloedserieus en gespannen bezig met het opvoeren –uiteraard helemaal uit het hoofd- van het rituaal als een zwaar toneelstuk? Nee, nee, dat is het ook weer niet. Wel serieus, maar met jolijt: gemengd met een juiste dosering van jolijt!

Zo beginnen we de kern te benaderen. Wat is dan de werkelijke kern, de laatste stap, naar het binnenste van het binnenste? Daarvoor moet je het “met ons doen”. De echte kern kan alleen gecommuniceerd worden met wie hem al kent. Zo simpel ligt het.

En dan daarna, in het Westen? O, we zijn allemaal heel actief. Allemaal actief in het profane leven. En de broederschap buiten de loge, buiten de deur van Steenschuur 6? Wellicht is daar nog een facetje van de ruwe steen dat nog niet helemaal bijgewerkt is om een zuivere kubiek te krijgen. Nog een reden om maar met ons te arbeiden: ondanks alles blijft er toch altijd nog wat over om te doen. Want dat is ons verlangen, leren we aan het slot van de “catechismus”: “om met u te werken”!

 

Vaak gestelde vragen

Hoe word ik vrijmetselaar?

U moet uit uzelf,  uit eigen vrije wil, verlangen vrijmetselaar te worden. De aannemingsprocedure begint met het contact opnemen met de secretaris. Dat kan eventueel op de Open Avonden. Op deze website vindt u links die u verder kunnen helpen. De secretaris zal u nader inlichten. De procedure omvat onder andere gesprekken met de Meester der Loge en met andere leden van de loge.. U zal worden gevraagd om uitgebreide gegevens over uzelf te verstrekken. Het is noodzakelijk dat twee vrijmetselaren als uw voorstellers optreden. Indien u geen vrijmetselaren kent, kan bezien worden of leden van de loge als uw voorstellers willen optreden. U kunt de procedure op elk gewenst moment beëindigen, U bepaalt het tempo.

Hoe lang duurt de procedure

Vanaf het eerste gesprek tot de avond van uw aanneming tot vrijmetselaar verloopt – indien alle fasen gunstig verlopen – ongeveer 8 tot 12 maanden.

Wat kost het lidmaatschap?

Het (éénmalige) entreegeld bedraagt thans 200 €uro. De jaarlijkse bijdrage voor l’Age d’Or is 312 €uro. De bijeenkomsten van de loge worden over het algemeen afgesloten met een gezamenlijke maaltijd waarvan de prijs 15–20 €uro bedraagt.

Heb ik speciale kleding nodig?

Het wordt op prijs gesteld als u de werkzaamheden bijwoont in rok of smoking. Voor een aantal gelegenheden volstaat een donker costuum. In de ‘arbeidstafel’ is steeds aangegeven welke kleding voor een bepaalde avond de voorkeur geniet.

Handel ik in strijd met.....

IS ER IETS WAT AANZET TOT HANDELEN IN STRIJD MET RECHTSBEGINSELEN OF GODSDIENSTIGE WAARDEN?

Neen. De Orde van Vrijmetselaren heeft in haar wetgeving een beschrijving waarin wordt aangegeven wat het meest kenmerkende dient te zijn van de vrijmetselaar en de betekenis van zijn lidmaatschap van de orde. In artikel 1 van de grondwet van de Orde van Vrijmetselaren wordt gesteld dat de vrijmetselaar samen met andere vrijmetselaren werkt aan zijn persoonlijke vorming, met behulp van symbolen en ritualen. “Deze symbolen en ritualen zijn door de traditie gegeven; zij worden door de vrijmetselaar naar eigen inzicht geïnterpreteerd,” aldus deze beginselverklaring. Zie voor meer informatie de website van de Orde.

Hoe verloopt mijn ontwikkelingspad

Vrijmetselarij gebruikt een stelsel van drie graden van leerling, gezel en meester, naar analogie van de graden in de middeleeuwse bouwgilden;  Leerling, Gezel, Meester.  Ieder logelid doorloopt dit gradenstelsel, dat de symbolische groei van persoonlijk inzicht en geestelijke verdieping weergeeft. Bij toetreding vindt aanneming plaats in de symbolische graad van leerling-vrijmetselaar. Na ongeveer een jaar kan de bevordering volgen tot gezel, een jaar daarna de verheffing tot meester. Het vrijmetselaarswerk wordt ook wel maçonniek genoemd, naar het Franse woord ‘maçon’ voor vrijmetselaar. Naast het drie-gradenstelsel bestaat nog een aantal maçonnieke werkwijzen, de zogenaamde ‘vervolgpaden’.

Maar er is meer....

click op de afbeeldingen voor meer

960

Door te luisteren leren we...

DCJ van Peijpe

Een der oprichters van L'Age d'Or. Eerste voorzittend Meester van de loge werd in 1991 full member van de oudste engelse research lodge, de Quatuor Coronati Lodge no.2076 in Londen.

Cor Hagen

Arts-neuroloog én Grootsecretaris van het Grootoosten der Nederlanden. Lid van L'Age d'Or

Evert Kwaadgras

KWAADGRAS, was van huis uit classicus lid van L'Age d'Or, Hij was niet alleen een internationaal gevierd kenner van de maçonnieke geschiedenis, hij greep ook in als de traditionele legendevorming over aard en wezen van de vrijmetselarij in de Nederlandse pers op hol sloeg.

Historie Nederland Met hulp van vrijmetselaren uit Engeland en Frankrijk werd al in 1734 in Den Haag de eerste Nederlandse loge opgericht. Dat gebeurde in het logement Lion d’Or, het latere House of Lords, dat in 1986 werd afgebroken in verband met de nieuwbouw van de Tweede Kamer. In 1735 volgde de oprichting van een tweede loge, daarna van meer loges, ook in andere steden. Verdacht van Oranjegezindheid werden de loges al spoedig door de patriottistische Staten van Holland verboden. Men vond het vreemd en verdacht dat mannen van verschillende politieke signatuur en kerkelijke gezindheid zich in één organisatie verenigden. Prins Frederik ﷯Na het herstel van het stadhouderschap, in 1744, herleefde de vrijmetselarij. In 1756 sloten tien loges zich aaneen tot de ‘Groote Loge der Zeven Vereenigde Nederlanden’, welke benaming in 1817 werd gewijzigd in de ook nu nog geldende: Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden. Twee prinsen uit het huis van Oranje hebben in de negentiende eeuw de functie van grootmeester van de Orde van Vrijmetselaren bekleed: Prins Frederik (de jongere broer van Koning Willem II, die zelf ook vrijmetselaar was) gedurende 65 jaar, van 1816-1881, en Prins Alexander (de jongste zoon van Koning Willem III) van 1882 tot zijn vroege dood in 1884. Het koloniale tijdperk is van invloed geweest op de verbreiding van de vrijmetselarij vanuit ons land. Nederlanders vestigden zich op de Antillen, in Suriname, op Ceylon, in India, Zuid-Afrika en Rhodesië, het voormalige Nederiands-Indië, China en Brazilië. Zestien loges buiten Nederland, onder andere op de Nederlandse Antillen en in Suriname, behoren nog steeds tot de orde. In 1940 werd de orde door de Duitse bezetters als een der eerste tot verboden vereniging verklaard. De wereldvermaarde Ordebibliotheek en het kostbare museumbezit werden naar Duitsland afgevoerd. Grootmeester Hermannus van Tongeren werd gearresteerd en kwam op 29 maart 1941 om het leven in het concentratiekamp Sachsenhausen. Kort na het eind van de oorlog werd het grootste deel van bibliotheek en historisch archief in schuren nabij Frankfurt gevonden en teruggebracht. In 1939 telde de orde ruim 4.100 leden en 67 loges. Na de bezetting van Nederland en het eind van de oorlog in het Verre Oosten, was dit aantal gedaald tot drieduizend leden en 64 loges, deels door natuurlijk verloop, deels doordat een aantal leden in Duitse en Japanse kampen in het toenmalige Nederlands-Indië was omgekomen. Na 1945 is aanvankelijk het ledental in Nederland, ook door de repatriëring van vrijmetselaren uit Indonesië, sterk toegenomen. Tot 1970 liep de groei van het aantal loges vrijwel gelijk met die van het aantal leden. Na 1970 nam het aantal loges verder toe, terwijl het ledental min of meer constant rond zesduizend bleef. De toename van het aantal loges werd vooral veroorzaakt door de groei van forensenplaatsen, de industrialisering en de verstedelijking buiten de Randstad. In de zuidelijke provincies werd de groei ook bevorderd door de verbeterde verhouding tussen de vrijmetselarij en de Rooms-Katholieke kerk. Een en ander heeft tot gevolg gehad dat in plaatsen als Almere, Velsen, Amstelveen, Castricum, Huizen, 's-Hertogenbosch, Tilburg, Oosterhout, Roosendaal en Heerlen loges werden opgericht. Er zijn op dit moment in Nederland 156 loges in 73 plaatsen en de Orde (de vrijmetselarij) telt zo’n 6000 leden Historie Internationaal ﷯Historie: 300 jaar de vrije mens centraal. Op Sint-Jansdag, 24 juni 1717, werd in Londen door vier loges de eerste overkoepelende Grootloge opgericht. Dit wordt gezien als de geboortedatum van de moderne vrijmetselarij. Daarna groeide de vrijmetselarij onstuimig. Men had genoeg van de politieke twisten en godsdienstoorlogen. In 1734 kwam vrijmetselaren al bijeen in Den Haag, waar in 1756 onze Orde werd opgericht. Eeuwenoud en eerbiedwaardig De vrijmetselarij is voortgekomen uit de bouwcorporaties van de middeleeuwen en is in haar huidige organisatievorm drie eeuwen oud. Er zijn vele wortels, o.a. in Schotland en Frankrijk, maar Engeland is de bakermat van de vrijmetselarij. Daar bloeide in de 17de eeuw de Royal Society, een genootschap van vooruitstrevende wetenschappers, onder wie veel vrijmetselaren. In 1666 woedde in het grotendeels houten Londen een enorme brand, die tachtig procent van de stad in as legde. Voor de wederopbouw in steen kwamen vanuit heel Europa bouwlieden en architecten naar Londen. De vrijmetselarij telde onder haar leden de grootste geesten en kunstenaars van hun tijd. De betekenis van de vrijmetselarij als leerschool van deugd en democratie is enorm geweest. De meeste grote filosofen van de Verlichting waren vrijmetselaar: Rousseau, Montesquieu, Voltaire, Lessing, Goethe, enzovoorts. De meeste ‘founding fathers’ van de VS waren vrijmetselaar, onder wie de eerste president George Washington. Priesters en dominees waren vrijmetselaar. Beroemde musici van Mozart tot Duke Ellington. In Nederland schrijvers als Johannes Kinker, Multatuli en Frederik van Eeden. Politici als Winston Churchill en Franklin Roosevelt, en in ons land de socialist Willem Drees en de liberaal Pieter Oud. Stuk voor stuk onafhankelijke geesten. Vrijmetselaren hebben zich ingezet voor de samenleving door het oprichten van verenigingen en charitatieve organisaties.
Werken in de loge ﷯In de loge komen mannen samen met zeer verschillende achtergronden: uiteenlopende wereldvisies, opleidingen, beroepen en maatschappelijke posities. Ook de religieuze overtuigingen lopen uiteen. Zo kent L’Age d’Or zowel Protestants-christelijke als Roomskatholieke, Islamitische, Joodse en Boedhistische leden, naast leden die niet kerkelijk zijn. Voor elkaars opvattingen en anders-zijn bestaat het grootste respect. In de geest van verdraagzaamheid beoefenen zij, in onderlinge broederschap, dat rituele spel dat vrijmetselarij heet en waarbij zij uiteindelijk werken aan verbetering van zichzelf en van de wereld waarin zij leven. De leden van de Loge “L’Age d’Or” komen samen op de avond van de eerste en de derde woensdag van de maand. Indien in de maand een vijfde woensdag valt, vindt op die avond een informele bijeenkomst plaats. Deze bijeenkomsten worden gehouden in het Logegebouw aan de Steenschuur nr. 6 te Leiden. Zie voor meer informatie ook de pagina's over Open Avonden bij L'Age d'Or.
Achtergronden ﷯De bijeenkomsten van de loge worden gekenmerkt door een warme broederlijke sfeer, waarin de werkzaamheden serieus en op stijlvolle wijze plaatsvinden; zonder plechtstatigheid, maar met een subtiel zweempje humor. Deze bijeenkomsten vinden plaats op de eerste, derde en eventueel vijfde woensdag van elke maand, van september tot en met juni in het Leids Maçonniek Centrum, Steenschuur 6 te Leiden, aanvang meestal 20.00 uur. Voor de meest recente informatie verwijs ik u naar de Agenda ("arbeidstafel"). Omdat bij l’Age d’Or de nadruk ligt op het op een regelmatige en juiste wijze beoefenen van vrijmetselarij, zult u op deze pagina's vergeefs zoeken naar esoterische verhandelingen over wat vrijmetselarij is. Indien u reeds vrijmetselaar bent, zult u de waarde onderkennen van de spreuk, dat: “Freemasonry is a peculiar system of morality, veiled in allegory, and illustrated by symbols”. Indien u (nog) geen vrijmetselaar bent, zult u, indien u een oprechte belangstelling hebt, ervaren dat de enige manier om vrijmetselarij te leren kennen is door haar te beoefenen. Ik moge u voor nadere informatie verwijzen naar de op deze pagina gegeven Algemene Informatie en de ‘veelgestelde vragen’. Voor belangstellenden houden we regelmatig open avonden, waarin belangstellenden kennis kunnen maken met vrijmetselaars van L'Age d'Or. U kunt dan in gesprek met loge-leden uw vragen stellen. Tevens zal er de mogelijkheid bestaan om de rituele ruimte te bezichtigen.
Wel of juist géén comparities ﷯Een comparitie is een verschijning, een opkomst ter beraadslaging, of zitting. Onder vrijmetselaars gebruikelijk is het dat een broeder een stelling uitdraagt, waarna de overige broeders de gelegenheid krijgen hierover hun mening te geven. Niet om de spreker de maat te nemen, maar om reflectie te geven van je eigen ervaring en opvatting. Bij L'Age d'Or worden comparities maar spaarzaam gedaan. Wellicht geeft het hieronder staande stukje daarover enige helderheid. Een broeder werd eens gevraagd een stukje te schrijven. Natuurlijk dacht hij dat het wel over zou wel overwaaien. Want, als je maar consequent niet reageert. Nee dus. En dus zei gisterenavond een broeder in de loge dat hij uiterlijk zondag een tekstje moest hebben. Vooruit dan maar, gauw even. Hij zei ook dat je je onsterfelijk maakt door wat je schrijft. Hoe zou hij dat bedoelen? Maar geen tijd meer voor diepzinnige vragen, even doortypen nu. (Zou dit eigenlijk al niet genoeg zijn?) Maar goed, ik ben nu toch bezig. Wat zouden ze van me willen? Moet ik ook verkondigen dat “l ‘Age d’Or” uiteraard zo superieur is, veel beter dan elke andere loge? Dat zou dan een goed bewaard geheim zijn, wat maar beter goed bewaard kan blijven. Sssttt! Anders wil straks de hele Orde lid worden. Of al was het alleen maar La Vertu... ff niet aan denken! Ànders is het wel, bij ons. We doen geen bouwstukken. In andere loges wel. Keer op keer, elke week opnieuw. Je knijpt je tenen bij elkaar van de armoede en de ellende. Maar, zeggen ze dan, je leert je medebroeders er zo goed door kennen. Wat mij betreft, die kant van mijn medebroeders wil ik helemaal niet kennen! Zonder hun bouwstukken vind ik ze allemaal aardige en soms best interessante mannen. Liever zo houden! Dat is dus al een prima reden om maar lid te worden van “Gouden Tijden”. Moet je dan alleen lid worden om wat er mìnder is: niet die obligate verhalen? Nee, nee, er is ook wel wat meer. Aandacht voor een goede uitvoering van het rituaal bijvoorbeeld. Niet in de Loge met je boekje in de hand een tekst voorlezen die je kennelijk voor het eerst onder ogen komt. Da’s niet zo inspirerend. Is iedereen dan bloedserieus en gespannen bezig met het opvoeren –uiteraard helemaal uit het hoofd- van het rituaal als een zwaar toneelstuk? Nee, nee, dat is het ook weer niet. Wel serieus, maar met jolijt: gemengd met een juiste dosering van jolijt! Zo beginnen we de kern te benaderen. Wat is dan de werkelijke kern, de laatste stap, naar het binnenste van het binnenste? Daarvoor moet je het “met ons doen”. De echte kern kan alleen gecommuniceerd worden met wie hem al kent. Zo simpel ligt het. En dan daarna, in het Westen? O, we zijn allemaal heel actief. Allemaal actief in het profane leven. En de broederschap buiten de loge, buiten de deur van Steenschuur 6? Wellicht is daar nog een facetje van de ruwe steen dat nog niet helemaal bijgewerkt is om een zuivere kubiek te krijgen. Nog een reden om maar met ons te arbeiden: ondanks alles blijft er toch altijd nog wat over om te doen. Want dat is ons verlangen, leren we aan het slot van de “catechismus”: “om met u te werken”!
﷯Vaak gestelde vragen Hoe word ik vrijmetselaar? U moet uit uzelf, uit eigen vrije wil, verlangen vrijmetselaar te worden. De aannemingsprocedure begint met het contact opnemen met de secretaris. Dat kan eventueel op de Open Avonden. Op deze website vindt u links die u verder kunnen helpen. De secretaris zal u nader inlichten. De procedure omvat onder andere gesprekken met de Meester der Loge en met andere leden van de loge.. U zal worden gevraagd om uitgebreide gegevens over uzelf te verstrekken. Het is noodzakelijk dat twee vrijmetselaren als uw voorstellers optreden. Indien u geen vrijmetselaren kent, kan bezien worden of leden van de loge als uw voorstellers willen optreden. U kunt de procedure op elk gewenst moment beëindigen, U bepaalt het tempo. Hoe lang duurt de procedure Vanaf het eerste gesprek tot de avond van uw aanneming tot vrijmetselaar verloopt – indien alle fasen gunstig verlopen – ongeveer 8 tot 12 maanden. Wat kost het lidmaatschap? Het (éénmalige) entreegeld bedraagt thans 200 €uro. De jaarlijkse bijdrage voor l’Age d’Or is 312 €uro. De bijeenkomsten van de loge worden over het algemeen afgesloten met een gezamenlijke maaltijd waarvan de prijs 15–20 €uro bedraagt. Heb ik speciale kleding nodig? Het wordt op prijs gesteld als u de werkzaamheden bijwoont in rok of smoking. Voor een aantal gelegenheden volstaat een donker costuum. In de ‘arbeidstafel’ is steeds aangegeven welke kleding voor een bepaalde avond de voorkeur geniet. Handel ik in strijd met..... IS ER IETS WAT AANZET TOT HANDELEN IN STRIJD MET RECHTSBEGINSELEN OF GODSDIENSTIGE WAARDEN?

Neen. De Orde van Vrijmetselaren heeft in haar wetgeving een beschrijving waarin wordt aangegeven wat het meest kenmerkende dient te zijn van de vrijmetselaar en de betekenis van zijn lidmaatschap van de orde. In artikel 1 van de grondwet van de Orde van Vrijmetselaren wordt gesteld dat de vrijmetselaar samen met andere vrijmetselaren werkt aan zijn persoonlijke vorming, met behulp van symbolen en ritualen. “Deze symbolen en ritualen zijn door de traditie gegeven; zij worden door de vrijmetselaar naar eigen inzicht geïnterpreteerd,” aldus deze beginselverklaring. Zie voor meer informatie de website van de Orde. Hoe verloopt mijn ontwikkelingspad Vrijmetselarij gebruikt een stelsel van drie graden van leerling, gezel en meester, naar analogie van de graden in de middeleeuwse bouwgilden; Leerling, Gezel, Meester. Ieder logelid doorloopt dit gradenstelsel, dat de symbolische groei van persoonlijk inzicht en geestelijke verdieping weergeeft. Bij toetreding vindt aanneming plaats in de symbolische graad van leerling-vrijmetselaar. Na ongeveer een jaar kan de bevordering volgen tot gezel, een jaar daarna de verheffing tot meester. Het vrijmetselaarswerk wordt ook wel maçonniek genoemd, naar het Franse woord ‘maçon’ voor vrijmetselaar. Naast het drie-gradenstelsel bestaat nog een aantal maçonnieke werkwijzen, de zogenaamde ‘vervolgpaden’.

Dick van Peijpe

Cor Hagen

Evert Kwaadgras

Historie Nederland Met hulp van vrijmetselaren uit Engeland en Frankrijk werd al in 1734 in Den Haag de eerste Nederlandse loge opgericht. Dat gebeurde in het logement Lion d’Or, het latere House of Lords, dat in 1986 werd afgebroken in verband met de nieuwbouw van de Tweede Kamer. In 1735 volgde de oprichting van een tweede loge, daarna van meer loges, ook in andere steden. Verdacht van Oranjegezindheid werden de loges al spoedig door de patriottistische Staten van Holland verboden. Men vond het vreemd en verdacht dat mannen van verschillende politieke signatuur en kerkelijke gezindheid zich in één organisatie verenigden. Prins Frederik ﷯Na het herstel van het stadhouderschap, in 1744, herleefde de vrijmetselarij. In 1756 sloten tien loges zich aaneen tot de ‘Groote Loge der Zeven Vereenigde Nederlanden’, welke benaming in 1817 werd gewijzigd in de ook nu nog geldende: Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden. Twee prinsen uit het huis van Oranje hebben in de negentiende eeuw de functie van grootmeester van de Orde van Vrijmetselaren bekleed: Prins Frederik (de jongere broer van Koning Willem II, die zelf ook vrijmetselaar was) gedurende 65 jaar, van 1816-1881, en Prins Alexander (de jongste zoon van Koning Willem III) van 1882 tot zijn vroege dood in 1884. Het koloniale tijdperk is van invloed geweest op de verbreiding van de vrijmetselarij vanuit ons land. Nederlanders vestigden zich op de Antillen, in Suriname, op Ceylon, in India, Zuid-Afrika en Rhodesië, het voormalige Nederiands-Indië, China en Brazilië. Zestien loges buiten Nederland, onder andere op de Nederlandse Antillen en in Suriname, behoren nog steeds tot de orde. In 1940 werd de orde door de Duitse bezetters als een der eerste tot verboden vereniging verklaard. De wereldvermaarde Ordebibliotheek en het kostbare museumbezit werden naar Duitsland afgevoerd. Grootmeester Hermannus van Tongeren werd gearresteerd en kwam op 29 maart 1941 om het leven in het concentratiekamp Sachsenhausen. Kort na het eind van de oorlog werd het grootste deel van bibliotheek en historisch archief in schuren nabij Frankfurt gevonden en teruggebracht. In 1939 telde de orde ruim 4.100 leden en 67 loges. Na de bezetting van Nederland en het eind van de oorlog in het Verre Oosten, was dit aantal gedaald tot drieduizend leden en 64 loges, deels door natuurlijk verloop, deels doordat een aantal leden in Duitse en Japanse kampen in het toenmalige Nederlands-Indië was omgekomen. Na 1945 is aanvankelijk het ledental in Nederland, ook door de repatriëring van vrijmetselaren uit Indonesië, sterk toegenomen. Tot 1970 liep de groei van het aantal loges vrijwel gelijk met die van het aantal leden. Na 1970 nam het aantal loges verder toe, terwijl het ledental min of meer constant rond zesduizend bleef. De toename van het aantal loges werd vooral veroorzaakt door de groei van forensenplaatsen, de industrialisering en de verstedelijking buiten de Randstad. In de zuidelijke provincies werd de groei ook bevorderd door de verbeterde verhouding tussen de vrijmetselarij en de Rooms-Katholieke kerk. Een en ander heeft tot gevolg gehad dat in plaatsen als Almere, Velsen, Amstelveen, Castricum, Huizen, 's-Hertogenbosch, Tilburg, Oosterhout, Roosendaal en Heerlen loges werden opgericht. Er zijn op dit moment in Nederland 156 loges in 73 plaatsen en de Orde (de vrijmetselarij) telt zo’n 6000 leden Historie Internationaal ﷯Historie: 300 jaar de vrije mens centraal. Op Sint-Jansdag, 24 juni 1717, werd in Londen door vier loges de eerste overkoepelende Grootloge opgericht. Dit wordt gezien als de geboortedatum van de moderne vrijmetselarij. Daarna groeide de vrijmetselarij onstuimig. Men had genoeg van de politieke twisten en godsdienstoorlogen. In 1734 kwam vrijmetselaren al bijeen in Den Haag, waar in 1756 onze Orde werd opgericht. Eeuwenoud en eerbiedwaardig De vrijmetselarij is voortgekomen uit de bouwcorporaties van de middeleeuwen en is in haar huidige organisatievorm drie eeuwen oud. Er zijn vele wortels, o.a. in Schotland en Frankrijk, maar Engeland is de bakermat van de vrijmetselarij. Daar bloeide in de 17de eeuw de Royal Society, een genootschap van vooruitstrevende wetenschappers, onder wie veel vrijmetselaren. In 1666 woedde in het grotendeels houten Londen een enorme brand, die tachtig procent van de stad in as legde. Voor de wederopbouw in steen kwamen vanuit heel Europa bouwlieden en architecten naar Londen. De vrijmetselarij telde onder haar leden de grootste geesten en kunstenaars van hun tijd. De betekenis van de vrijmetselarij als leerschool van deugd en democratie is enorm geweest. De meeste grote filosofen van de Verlichting waren vrijmetselaar: Rousseau, Montesquieu, Voltaire, Lessing, Goethe, enzovoorts. De meeste ‘founding fathers’ van de VS waren vrijmetselaar, onder wie de eerste president George Washington. Priesters en dominees waren vrijmetselaar. Beroemde musici van Mozart tot Duke Ellington. In Nederland schrijvers als Johannes Kinker, Multatuli en Frederik van Eeden. Politici als Winston Churchill en Franklin Roosevelt, en in ons land de socialist Willem Drees en de liberaal Pieter Oud. Stuk voor stuk onafhankelijke geesten. Vrijmetselaren hebben zich ingezet voor de samenleving door het oprichten van verenigingen en charitatieve organisaties.

Historie Nederland Met hulp van vrijmetselaren uit Engeland en Frankrijk werd al in 1734 in Den Haag de eerste Nederlandse loge opgericht. Dat gebeurde in het logement Lion d’Or, het latere House of Lords, dat in 1986 werd afgebroken in verband met de nieuwbouw van de Tweede Kamer. In 1735 volgde de oprichting van een tweede loge, daarna van meer loges, ook in andere steden. Verdacht van Oranjegezindheid werden de loges al spoedig door de patriottistische Staten van Holland verboden. Men vond het vreemd en verdacht dat mannen van verschillende politieke signatuur en kerkelijke gezindheid zich in één organisatie verenigden. Prins Frederik ﷯Na het herstel van het stadhouderschap, in 1744, herleefde de vrijmetselarij. In 1756 sloten tien loges zich aaneen tot de ‘Groote Loge der Zeven Vereenigde Nederlanden’, welke benaming in 1817 werd gewijzigd in de ook nu nog geldende: Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden. Twee prinsen uit het huis van Oranje hebben in de negentiende eeuw de functie van grootmeester van de Orde van Vrijmetselaren bekleed: Prins Frederik (de jongere broer van Koning Willem II, die zelf ook vrijmetselaar was) gedurende 65 jaar, van 1816-1881, en Prins Alexander (de jongste zoon van Koning Willem III) van 1882 tot zijn vroege dood in 1884. Het koloniale tijdperk is van invloed geweest op de verbreiding van de vrijmetselarij vanuit ons land. Nederlanders vestigden zich op de Antillen, in Suriname, op Ceylon, in India, Zuid-Afrika en Rhodesië, het voormalige Nederiands-Indië, China en Brazilië. Zestien loges buiten Nederland, onder andere op de Nederlandse Antillen en in Suriname, behoren nog steeds tot de orde. In 1940 werd de orde door de Duitse bezetters als een der eerste tot verboden vereniging verklaard. De wereldvermaarde Ordebibliotheek en het kostbare museumbezit werden naar Duitsland afgevoerd. Grootmeester Hermannus van Tongeren werd gearresteerd en kwam op 29 maart 1941 om het leven in het concentratiekamp Sachsenhausen. Kort na het eind van de oorlog werd het grootste deel van bibliotheek en historisch archief in schuren nabij Frankfurt gevonden en teruggebracht. In 1939 telde de orde ruim 4.100 leden en 67 loges. Na de bezetting van Nederland en het eind van de oorlog in het Verre Oosten, was dit aantal gedaald tot drieduizend leden en 64 loges, deels door natuurlijk verloop, deels doordat een aantal leden in Duitse en Japanse kampen in het toenmalige Nederlands-Indië was omgekomen. Na 1945 is aanvankelijk het ledental in Nederland, ook door de repatriëring van vrijmetselaren uit Indonesië, sterk toegenomen. Tot 1970 liep de groei van het aantal loges vrijwel gelijk met die van het aantal leden. Na 1970 nam het aantal loges verder toe, terwijl het ledental min of meer constant rond zesduizend bleef. De toename van het aantal loges werd vooral veroorzaakt door de groei van forensenplaatsen, de industrialisering en de verstedelijking buiten de Randstad. In de zuidelijke provincies werd de groei ook bevorderd door de verbeterde verhouding tussen de vrijmetselarij en de Rooms-Katholieke kerk. Een en ander heeft tot gevolg gehad dat in plaatsen als Almere, Velsen, Amstelveen, Castricum, Huizen, 's-Hertogenbosch, Tilburg, Oosterhout, Roosendaal en Heerlen loges werden opgericht. Er zijn op dit moment in Nederland 156 loges in 73 plaatsen en de Orde (de vrijmetselarij) telt zo’n 6000 leden Historie Internationaal ﷯Historie: 300 jaar de vrije mens centraal. Op Sint-Jansdag, 24 juni 1717, werd in Londen door vier loges de eerste overkoepelende Grootloge opgericht. Dit wordt gezien als de geboortedatum van de moderne vrijmetselarij. Daarna groeide de vrijmetselarij onstuimig. Men had genoeg van de politieke twisten en godsdienstoorlogen. In 1734 kwam vrijmetselaren al bijeen in Den Haag, waar in 1756 onze Orde werd opgericht. Eeuwenoud en eerbiedwaardig De vrijmetselarij is voortgekomen uit de bouwcorporaties van de middeleeuwen en is in haar huidige organisatievorm drie eeuwen oud. Er zijn vele wortels, o.a. in Schotland en Frankrijk, maar Engeland is de bakermat van de vrijmetselarij. Daar bloeide in de 17de eeuw de Royal Society, een genootschap van vooruitstrevende wetenschappers, onder wie veel vrijmetselaren. In 1666 woedde in het grotendeels houten Londen een enorme brand, die tachtig procent van de stad in as legde. Voor de wederopbouw in steen kwamen vanuit heel Europa bouwlieden en architecten naar Londen. De vrijmetselarij telde onder haar leden de grootste geesten en kunstenaars van hun tijd. De betekenis van de vrijmetselarij als leerschool van deugd en democratie is enorm geweest. De meeste grote filosofen van de Verlichting waren vrijmetselaar: Rousseau, Montesquieu, Voltaire, Lessing, Goethe, enzovoorts. De meeste ‘founding fathers’ van de VS waren vrijmetselaar, onder wie de eerste president George Washington. Priesters en dominees waren vrijmetselaar. Beroemde musici van Mozart tot Duke Ellington. In Nederland schrijvers als Johannes Kinker, Multatuli en Frederik van Eeden. Politici als Winston Churchill en Franklin Roosevelt, en in ons land de socialist Willem Drees en de liberaal Pieter Oud. Stuk voor stuk onafhankelijke geesten. Vrijmetselaren hebben zich ingezet voor de samenleving door het oprichten van verenigingen en charitatieve organisaties.