Muziek en vrijmetselarij

Muziek heeft altijd een belangrijke functie gehad in de loge en heeft dat nog steeds.

Van de Loge La Vertu bestaat er een gezangenboekje uit 1775 van J.A.K. Collizi. In die tijd was de lingua franca Frans en zodoende was dit werkje, zoals de constitutiebrief uit 1757, in het Frans opgesteld.

Op oude afbeeldingen zien we strijkinstrumenten klaar liggen om het ritueel te begeleiden. Ook is duidelijk dat er vroeger gezamenlijk veel gezongen werd bij passende gelegenheden. Nog steeds wordt de voor de muziek verantwoordelijke broeder Kapelmeester of Broeder van Talent genoemd. Was er een orgel of ander (toets)instrument beschikbaar, dan kon hij dit gebruiken. Bij hoge uitzondering gebeurt dit nog steeds. Maar tegenwoordig wordt doorgaans passende muziek uit cd’s gehaald. Dit kunnen composities zijn die speciaal voor dit doel zijn geschreven.

De meest bekende componist-vrijmetselaar is Mozart. Hij schreef o.a. een aantal zeer gewaardeerde liederen zoals “Lässt uns mit geschlungenen Händen” en  “Laut verkünde unsre Freude”. Zijn “Maurerische Trauermusik” past in de rouwloge (ter herdenking van een “naar het Eeuwig Oosten afgereisde” broeder). En misschien heeft u in het Intro het “In diesen heil'gen Hallen“ uit “Die Zauberflöte" herkend. Daarnaast kennen we componisten als Sibelius en Caspar Fürstenau, die vrijmetselaarsmuziek gecomponeerd hebben. Een Nederlandse componist, die zich ook op Maçonnieke muziek toelegde, was Willem Pijper. Van hem kennen we: ”Zes Adagio’s”.

Het komt voor, dat broeders zich laten inspireren tot het schrijven van Maçonnieke muziek. Echter het feit, dat een ieder in de loge zich richt op zijn eigen ontwikkeling, kan er toe leiden, dat de resultaten niet uitgevoerd worden bij de dagelijkse loge activiteiten. Het is een manier van zoeken in de vrijmetselarij. In onze Loge zijn is in de laatste vijf jaar een cyclus van zeven vrijmetselaarsliederen geschreven, waaronder voor onze Loge: “Het La Vertu Lied”

Doorgaans wordt echter passende muziek gekozen uit het ‘gewone’ repertoire. Dat kan van alles zijn. Van klassiek tot jazz, van religieus tot new age en folklore. Waar het op aankomt is dat de muziek bijdraagt tot de emotie van het rituele moment en deze versterkt. Dat kan dus meditatief zijn of opgewekt, dan wel behept met spanning. De taak van de broeder van talent is aldus de emoties die de verschillende rituelen binnen het rituaal oproepen, te versterken.

 

 

MOZART, Die Zauberflöte, Mozarts meesterwerk over de hachelijke weg naar zelfstandigheid.
(1791 premiere in Wenen)

Die Zauberflöte, Mozarts meesterwerk over de hachelijke weg naar zelfstandigheid en vaak aangehaald als een maconniek werk. Vast staat in elk geval wel dat Mozart was toegetreden tot een vrijmetselaarsloge.

Het verhaalt van de koningin van de nacht, waarvan wordt aangenomen dat zij het hoofd van een vrouwelijke vrijmetselaarsloge was die in de tijd van Mozart ook bestonden.

Sprookje

De geschiedenis over het ontstaan van het libretto is tot in details nagegaan. Er zijn vele ‘Deuter’ geweest die zich over de tekst van het libretto hebben gebogen. Pahlen noemt o.a. Alfons Rosenberg, Jacques Chailley en Siegfried Morenz. Zij vonden dat het werk voor een groot deel is gebaseerd op de symboliek die de Vrijmetselarij hanteert (Mozart en Schikaneder waren allebei toegetreden tot een van de loges), en voor een ander deel op de pseudo-Egyptische inwijdingsroman Sethos van Jean Terrason. Ook werd het sprookje Lulu oder die Zauberflöte van Liebeskind als mogelijke bron aangewezen. Maar geen van de geschriften kon Pahlen in voldoende mate bevredigen. Er bleven ongerijmdheden bestaan die hij niet kon verklaren.

Hij berustte er ten slotte in dat Die Zauberflöte een sprookje is, waarin nu eenmaal dingen gebeuren die tegen alle logica indruisen. Dat het werk voornamelijk berust op de inwijdingssymboliek die de Vrijmetselarij hanteert, wordt duidelijk gemaakt door Jacques Chailley.

In de Vrijmetselarij worden nieuwelingen geblinddoekt en door ingewijden ondervraagd, waarbij deugdzaamheid, liefdadigheid en zwijgzaamheid van de kandidaten worden geëist. Als deze karaktereigenschappen aanwezig zijn, worden de nieuwelingen toegelaten tot de symbolische beproeving van het doorschrijden van vuur en water om zich te reinigen van aardse ongerechtigheden. Eerst daarna kunnen ze worden opgenomen in de loge. Het ligt dus voor de hand dat Chailley Die Zauberflöte een ‘opéra maçonnique’ heeft genoemd.

Volgens Chailley is de Koningin van de Nacht het hoofd van een vrouwelijke vrijmetselaarsloge, die in de tijd van Mozart en Schikaneder ook bestonden. Tussen de mannelijke en de vrouwelijke loges bestond een gerede naijver, omdat de vrouwen niet in staat werden geacht de hoogste graad van wijsheid te bereiken. De drie dames in de opera zouden dan leden zijn van de vrouwelijke loge waar de Koningin van de Nacht haar scepter zwaaide.

Beethoven componeerde in 1823 de negende symphonie met daarin een koorfinale waarin een gedicht van Von Schiller werd opgenomen. Beethoven voegde voor deze gelegenheid drie regels toe aan het begin. Het is een verscholen oproep om gezamenlijk aan de Tempel van de Humaniteit te werken.

Hieronder een videoregistratie die de RAI maakte van de uitvoering van Die Zauberfloete in de beroemde Scala van Milaan.

Hieronder een muziekvideo getiteld "Alle Menschen werden Brueder. Ode an die Freude" van Beethoven met vlak daarna een FLASHMOB registratie in Neurenberg. Daar wordt duidelijk hoeveel vreugde muziek kan brengen aan veel verschillende gewone mensen.

Flashmob Neurenberg "Ode an die Freude"

960

 

768

550

.