L'Age d'Or Veldloge

Op 25 augustus 2021 organiseert L'AGE d'Or een veldloge in het Nationaal Monument Oranjehotel, de voormalige strafgevangenis in Scheveningen, bij cel 601, de cel waarin Hermannus van Tongeren, tit Generaal Majoor, Grootmeester van de orde van Vrijmetselaren in Nederland werd gevangen gezet.

Hij werd op 11 oktober 1940 door de Gestapo-chef en SS-Hauptsturmführer Klaus Barbie gearresteerd en op 13 maart 1941 op transport gezet naar het concentratiekamp Sachsenhausen, alwaar hij 14 dagen later overleed.

Over Hermannus van Tongeren

Hermanus Van Tongeren was de Grootmeester van de Orde van Vrijmetselaars in Nederland toen nazi-Duitsland de broederschap binnenviel, leegroofde en ophief.

Broeder Tongeren wist de vrijmetselarij in leven te houden door ze onder het mom van 'koffieclubs' in het volle zicht van de nazi-commandanten bijeen te laten komen. Uiteindelijk werden de koffieclubs ontdekt.

Toen de vrijmetselarij tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi's verboden werd, wist Van Tongeren een aanzienlijk bedrag van de Ordekas naar het Nederlandse verzet door te sluizen.

Op 11 oktober 1940 werd hij door de Gestapo-chef en SS-Hauptsturmführer Klaus Barbie gearresteerd en op 13 maart 1941 op transport gezet naar het concentratiekamp Sachsenhausen, alwaar hij 14 dagen later overleed.

Na zijn dood zag Hitler de mogelijkheid om vrijmetselaarsgebouwen binnen te gaan en alle kunstcollecties van de Nederlandse Vrijmetselaarsloges en hun bankrekeningen in beslag te nemen, maar toen hij dat probeerde, kon er niets worden gevonden.

Tijdens de "koffieclub"-bijeenkomsten had Van Tongeren met succes de meeste Nederlandse vrijmetselaarsbronnen naar buiten gesmokkeld of geliquideerd. Zijn dochter, Jacoba Van Tongeren, gebruikte een groot deel van het resulterende geld om Groep 2000 te financieren, een enorm succesvolle verzetscampagne die vocht tegen via de pers en directe bewapening tegen de nazi's voor de rest van de oorlog.QR Code for JotForm form

Over deze veldloge

  • Plandatum  25 augustus 2021
  • Verzamelen  19:00 uur ontvangstruimte Nationaal Monument Oranjehotel, Stevinstraat Scheveningen
  • Loge inrichting : volg de aanwijzingen van de ceremoniemeester
  • Broedermaal:  na de veldloge zal een broedermaal worden gebruikt in een Scheveningse herberg , kosten dsaarvan volgen later.
  • Rituaal:  ten behoeve van deze veldloge zal een speciaal rituaal worden gebruikt dat boekvorm wordt uitgereikt aan de deelnemers
  • Bijdrage in de kosten:  7,50 per deelnemer
  • Parkeren:  er is een parkeerruimte nabij de ingang van het Oranjehotel, ingang Stevinstraat.
  • Collecte Tijderns de veldloge zal een collecte worden gehouden ter ondersteuning van de stichting Nationaal Monument Oranjehotel.
  • Beschikbare plaatsen en deelname: 30 plaatsen beschikbaar, 1ste Leden der loge L'Age d'Or, 2de buitenleden L'Age d'Or, 3de visiteuren
  • Opgave deelname: middels de in deze pagina gebruikte link.
  • Meer informatie: gebruik deze link.

 

 

Militaire loopbaan﷯ Hermannus van Tongeren (Bergen op Zoom, 16 april 1876 - Sachsenhausen, 29 maart 1941) volgde de opleiding aan de Koninklijke Militaire Academie, afdeling genie, bestemd voor het leger in Nederlands-Indië. In juli 1895 behaalde hij zijn luitenantsexamen met zulke goede cijfers dat aan hem een ereprijs, bestaande uiHermpje van Toongeren kopiet een gouden remontoir horloge met inscriptie en gouden ketting werd toegekend. Dit was een eer die in 1907 ook de latere generaal Berenschot te beurt viel. Van Tongeren reisde naar de Oost, waar hij in november 1896 ingedeeld werd bij de geniedienst in de Zuider- en Oosterafdeling van Borneo, te Bandjermassin. In het najaar van 1897 werd hij overgeplaatst bij het Korps Genietroepen te Magelang. In deze tijd, in april 1898, trouwde hij te Batavia met Jeanne Wilhelmina Holle. Kort daarop werd hij overgeplaatst bij de derde compagnie van het Korps Genietroepen te Segli. In juni 1898 werd een expeditie naar Pedir (Atjeh) gehouden; de opperbevelhebber was kolonel J.B. van Heutsz en de genietroepen, waaronder Van Tongeren, die hieraan deelnamen, stonden onder commando van majoor E. Marcella (de zwager van generaal-majoor der Artillerie George Frederik Willem Borel). De cavalerie stond onder bevel van ritmeester L. D.C. de Lannoy. Militaire Willemsorde Met inbegrip van de twee bataljons die vanuit Groot Atjeh naar Segli werden gedirigeerd was de expeditionaire macht, die van daar uit tegen Pedir en Gighen optrad, opgebouwd uit ongeveer 3.000 man; de colonne die vanuit Selimoen ageerde telde 1.100 man. Na aflooKaart van Pedirp van de expeditie werd Van Tongeren, in maart 1899, bevorderd tot eerste luitenant en verkreeg bij Koninklijk Besluit van 28 september 1899 nummer 43 de Militaire Willemsorde voor zijn verrichtingen op Atjeh in de periode van 1 juni tot en met 25 oktober 1898 en met name voor de vermeestering van Kota Poetoïh op 12 juni 1898. Van Tongeren werd in januari 1899 overgeplaatst van Segli naar de geniedienst van Atjeh en Onderhorigheden te Kota Radja en in september van het jaar daarop te werk gesteld bij de gewestelijke en plaatselijke geniedienst van de Eerste Militaire Afdeling op Java, standplaats Batavia. In februari wisselde hij, bij dezelfde Militaire Afdeling, Batavia in voor Bandoeng. Bij Koninklijk Besluit van 17 maart 1902 nummer 17 werd Van Tongeren voor de duur van drie jaar gedetacheerd bij het Leger in Nederland, teneinde op te treden als leraar aan de Koninklijke Militaire Academie. Maar dit besluit werd bij Koninklijk Besluit van 24 mei 1902 nummer 20 weer ingetrokken. Werk aan de Atjehtram Van Tongeren werd in november 1902 bevorderd tot kapitein en geplaatst bij de plaatselijke geniedienst te Tjimahi. In juni 1904 werd hij te werk gesteld bij de gewestelijke en plaatselijke geniedienst vTOngeren en gezienan de Eerste Militaire Afdeling op Java te Batavia en ter beschikking gesteld van de chef van het wapen der genie. Een jaar later werd hij overgeplaatst naar het hoofdbureau te Batavia, om in april 1907 wegens langdurige dienst als officier twee jaar verlof naar Europa te krijgen. Die tijd benutte hij om cursussen in draadloze telegrafie en betonbouw te volgen in Berlijn, Wenen en Delft. Van Tongeren keerde op 13 maart 1909 met het stoomschip Gede terug naar de Oost; aldaar was inmiddels een Nederlands-Indische Telegraaf Commissie ingesteld, waarvan Van Tongeren tot lid werd benoemd. Inmiddels was hij van de Vierde Afdeling van het Hoofdbureau der Genie overgeplaatst naar de dienst van de Atjeh-stoomtram te Kota Radja. Aldaar was zijn werkplek eerst bij de de dienst van aanleg der Atjehstoomtram te Langsa en vanaf juni 1912 bij het Korps Genietroepen, detachement Koeala Simpang, waar hij optrad als commandant van de Spoorwegafdeling. Latere loopbaan Van Tongeren werd kort hierop bevorderd tot majoor, voor korte tijd gedetacheerd bij het subsistentenkader te Batavia en in december 1913 overgeplaatst naar de Gewestelijke en Plaatselijke geniedienst van de Tweede Militaire Afdeling op Java, standplaats Malang. In mei 1914 werd hij bevorderd tot luitenant-kolonel en op zijn verzoek met ingang van 15 mei 1916, wegens volbrachte diensttijd, eervol uit de militaire dienst ontslagen, onder toekenning van de titulaire rang van kolonel. Hierna keerden Van Tongeren en zijn gezin naar Nederland terug en vestigen zich in Amsterdam, waar Van Tongeren actief werd als procuratiehouder en later als mede-eigenaar van een auto-exportbedrijf de kost verdiende. In zijn vrije tijd was hij in functie als Grootmeester (vanaf juni 1930, als opvolger van professor mr. J.H. Carpentier Alting) bij de Vrijmetselarij. Tijdens het Internationale Congres van de Liga van Vrijmetselaren van augustus 1930 werd Van Tongeren, Grootmeester der Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden, tot erelid benoemd. In deze positie van Grootmeester ondernam hij vele reizen, waaronder, in 1932, naar Zuid-Afrika en in 1937 naar Nederlands-Indië. Hij werd in deze tijd titulair bevorderd tot generaal-majoor. In 1940 werd Van Tongeren wegens de Vrijmetselaarscontacten door de Duitsers gearresteerd en in maart 1941 op transport gesteld naar Sachsenhausen. Hij overleed in maart 1941 te Oranienburg. Zijn stoffelijk overschot werd later herbegraven op Begraafplaats Westerveld te Driehuizen. Bron: https://www.nederlandsekrijgsmacht.nl/index.php/kl/97-koninklijk-nederlandsch-indisch-leger/knil-militairen/1092-tongeren-hermannus-van

Hermannus van Tongeren, Generaal Majoor tit.

Hij werd in juni 1930, als opvolger van professor mr. J.H. Carpentier Alting, gekozen als Grootmeester van de orde van Vrijmetselaren in Nederland.  Hij bleef dat tot maart 1941 toen hij ter dood werd gebracht in het concentratiekamp Sachsenhausen, 14 dagen nadat hij door Klaus Barbie op transport was gestuurd vanuit het Oranjehotel te Scheveningen.

Hermannus van Tongeren, Grootmeester van de Orde van Vrijmetselaren in de Nederlanden

Over deze veldloge

  • Plandatum  25 augustus 2021
  • Verzamelen  19:00 uur ontvangstruimte Nationaal Monument Oranjehotel, Stevinstraat Scheveningen
  • Loge inrichting : volg de aanwijzingen van de ceremoniemeester
  • Broedermaal:  na de veldloge zal een broedermaal worden gebruikt in een Scheveningse herberg , kosten dsaarvan volgen later.
  • Rituaal:  ten behoeve van deze veldloge zal een speciaal rituaal worden gebruikt dat boekvorm wordt uitgereikt aan de deelnemers
  • Bijdrage in de kosten:  7,50 per deelnemer
  • Parkeren:  er is een parkeerruimte nabij de ingang van het Oranjehotel, ingang Stevinstraat.
  • Collecte Tijderns de veldloge zal een collecte worden gehouden ter ondersteuning van de stichting Nationaal Monument Oranjehotel.
  • Beschikbare plaatsen en deelname: 30 plaatsen beschikbaar, 1ste Leden der loge L'Age d'Or, 2de buitenleden L'Age d'Or, 3de visiteuren
  • Opgave deelname: middels de in deze pagina gebruikte link.
  • Meer informatie: gebruik deze link.

 

 

Over Hermannus van Tongeren

Militaire loopbaan

Hermannus van Tongeren (Bergen op Zoom, 16 april 1876 - Sachsenhausen, 29 maart 1941)  volgde de opleiding aan de Koninklijke Militaire Academie, afdeling genie, bestemd voor het leger in Nederlands-Indië. In juli 1895 behaalde hij zijn luitenantsexamen met zulke goede cijfers dat aan hem een ereprijs, bestaande uiHermpje van Toongeren kopiet een gouden remontoir horloge met inscriptie en gouden ketting werd toegekend. Dit was een eer die in 1907 ook de latere generaal Berenschot te beurt viel.

 

Van Tongeren reisde naar de Oost, waar hij in november 1896 ingedeeld werd bij de geniedienst in de Zuider- en Oosterafdeling van Borneo, te Bandjermassin. In het najaar van 1897 werd hij overgeplaatst bij het Korps Genietroepen te Magelang. In deze tijd,  in april 1898, trouwde hij te Batavia met Jeanne Wilhelmina Holle. Kort daarop werd hij overgeplaatst bij de derde compagnie van het Korps Genietroepen te Segli.

 

In juni 1898 werd een expeditie naar Pedir (Atjeh) gehouden; de opperbevelhebber was kolonel J.B. van Heutsz en de genietroepen, waaronder Van Tongeren, die hieraan deelnamen, stonden onder commando van majoor E. Marcella (de zwager van generaal-majoor der Artillerie George Frederik Willem Borel). De cavalerie stond onder bevel van ritmeester L. D.C. de Lannoy.

 

Militaire Willemsorde

Met inbegrip van de twee bataljons die vanuit Groot Atjeh naar Segli werden gedirigeerd was de expeditionaire macht, die van daar uit tegen Pedir en Gighen optrad, opgebouwd uit ongeveer 3.000 man; de colonne die vanuit Selimoen ageerde telde 1.100 man.  Na aflooKaart van Pedirp van de expeditie werd Van Tongeren, in maart 1899, bevorderd tot eerste luitenant en verkreeg  bij Koninklijk Besluit van 28 september 1899 nummer 43 de Militaire Willemsorde voor zijn verrichtingen op Atjeh in de periode van 1 juni tot en met 25 oktober 1898 en met name voor de vermeestering van Kota Poetoïh op 12 juni 1898.

 

Van Tongeren werd in januari 1899 overgeplaatst van Segli naar de geniedienst van Atjeh en Onderhorigheden te Kota Radja en in september van het jaar daarop te werk gesteld bij de gewestelijke en plaatselijke geniedienst van de Eerste Militaire Afdeling op Java, standplaats Batavia. In februari wisselde hij, bij dezelfde Militaire Afdeling,  Batavia in voor Bandoeng. Bij Koninklijk Besluit van 17 maart 1902 nummer 17 werd Van Tongeren voor de duur van drie jaar gedetacheerd bij het Leger in Nederland, teneinde op te treden als leraar aan de Koninklijke Militaire Academie. Maar dit besluit werd bij Koninklijk Besluit van 24 mei 1902 nummer 20 weer ingetrokken.

 

Werk aan de Atjehtram

Van Tongeren werd in november 1902 bevorderd tot kapitein en geplaatst bij de plaatselijke geniedienst te Tjimahi. In juni 1904 werd hij te werk gesteld bij de gewestelijke en plaatselijke geniedienst vTOngeren en gezienan de Eerste Militaire Afdeling op Java te Batavia en ter beschikking gesteld van de chef van het wapen der genie.  Een jaar later werd hij overgeplaatst naar het hoofdbureau te Batavia, om in april 1907 wegens langdurige dienst als officier twee jaar verlof naar Europa te krijgen. Die tijd benutte hij om cursussen in draadloze telegrafie en betonbouw te volgen in Berlijn, Wenen en Delft.

 

Van Tongeren keerde op 13 maart 1909 met het stoomschip Gede terug naar de Oost; aldaar was inmiddels een Nederlands-Indische Telegraaf Commissie ingesteld, waarvan Van Tongeren tot lid werd benoemd. Inmiddels was hij van de Vierde Afdeling van het Hoofdbureau der Genie overgeplaatst naar de dienst van de Atjeh-stoomtram te Kota Radja. Aldaar was zijn werkplek eerst bij de de dienst van aanleg der Atjehstoomtram te Langsa en vanaf juni 1912 bij het Korps Genietroepen, detachement Koeala Simpang, waar hij optrad als commandant van de Spoorwegafdeling.

 

Latere loopbaan

Van Tongeren werd kort hierop bevorderd tot majoor, voor korte tijd gedetacheerd bij het subsistentenkader te Batavia en in december 1913 overgeplaatst naar de Gewestelijke en Plaatselijke geniedienst van de Tweede Militaire Afdeling op Java, standplaats Malang. In mei 1914 werd hij bevorderd tot luitenant-kolonel en op zijn verzoek met ingang van 15 mei 1916,  wegens volbrachte diensttijd, eervol uit de militaire dienst ontslagen, onder toekenning van de titulaire rang van kolonel.

 

Hierna keerden Van Tongeren en zijn gezin naar Nederland terug en vestigen zich in Amsterdam, waar Van Tongeren actief werd als procuratiehouder en later als mede-eigenaar van een auto-exportbedrijf de kost verdiende. In zijn vrije tijd was hij in functie als Grootmeester (vanaf juni 1930, als opvolger van professor mr. J.H. Carpentier Alting) bij de Vrijmetselarij.

 

Tijdens het Internationale Congres van de Liga van Vrijmetselaren van augustus 1930 werd Van Tongeren, Grootmeester der Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden, tot erelid benoemd. In deze positie van Grootmeester ondernam hij vele reizen, waaronder, in 1932, naar Zuid-Afrika en in 1937 naar Nederlands-Indië. Hij werd in deze tijd titulair bevorderd tot generaal-majoor.

 

In 1940 werd Van Tongeren wegens de Vrijmetselaarscontacten door de Duitsers gearresteerd en in maart 1941 op transport gesteld naar Sachsenhausen. Hij overleed in maart 1941 te Oranienburg. Zijn stoffelijk overschot werd later herbegraven op Begraafplaats Westerveld te Driehuizen.

 

Bron: https://www.nederlandsekrijgsmacht.nl/index.php/kl/97-koninklijk-nederlandsch-indisch-leger/knil-militairen/1092-tongeren-hermannus-van

960

Militaire loopbaan﷯ Hermannus van Tongeren (Bergen op Zoom, 16 april 1876 - Sachsenhausen, 29 maart 1941) volgde de opleiding aan de Koninklijke Militaire Academie, afdeling genie, bestemd voor het leger in Nederlands-Indië. In juli 1895 behaalde hij zijn luitenantsexamen met zulke goede cijfers dat aan hem een ereprijs, bestaande uit een gouden remontoir horloge met inscriptie en gouden ketting werd toegekend. Dit was een eer die in 1907 ook de latere generaal Berenschot te beurt viel. Van Tongeren reisde naar de Oost, waar hij in november 1896 ingedeeld werd bij de geniedienst in de Zuider- en Oosterafdeling van Borneo, te Bandjermassin. In het najaar van 1897 werd hij overgeplaatst bij het Korps Genietroepen te Magelang. In deze tijd, in april 1898, trouwde hij te Batavia met Jeanne Wilhelmina Holle. Kort daarop werd hij overgeplaatst bij de derde compagnie van het Korps Genietroepen te Segli. In juni 1898 werd een expeditie naar Pedir (Atjeh) gehouden; de opperbevelhebber was kolonel J.B. van Heutsz en de genietroepen, waaronder Van Tongeren, die hieraan deelnamen, stonden onder commando van majoor E. Marcella (de zwager van generaal-majoor der Artillerie George Frederik Willem Borel). De cavalerie stond onder bevel van ritmeester L. D.C. de Lannoy. Militaire Willemsorde Met inbegrip van de twee bataljons die vanuit Groot Atjeh naar Segli werden gedirigeerd was de expeditionaire macht, die van daar uit tegen Pedir en Gighen optrad, opgebouwd uit ongeveer 3.000 man; de colonne die vanuit Selimoen ageerde telde 1.100 man. Na aflooKaart van Pedirp van de expeditie werd Van Tongeren, in maart 1899, bevorderd tot eerste luitenant en verkreeg bij Koninklijk Besluit van 28 september 1899 nummer 43 de Militaire Willemsorde voor zijn verrichtingen op Atjeh in de periode van 1 juni tot en met 25 oktober 1898 en met name voor de vermeestering van Kota Poetoïh op 12 juni 1898. Van Tongeren werd in januari 1899 overgeplaatst van Segli naar de geniedienst van Atjeh en Onderhorigheden te Kota Radja en in september van het jaar daarop te werk gesteld bij de gewestelijke en plaatselijke geniedienst van de Eerste Militaire Afdeling op Java, standplaats Batavia. In februari wisselde hij, bij dezelfde Militaire Afdeling, Batavia in voor Bandoeng. Bij Koninklijk Besluit van 17 maart 1902 nummer 17 werd Van Tongeren voor de duur van drie jaar gedetacheerd bij het Leger in Nederland, teneinde op te treden als leraar aan de Koninklijke Militaire Academie. Maar dit besluit werd bij Koninklijk Besluit van 24 mei 1902 nummer 20 weer ingetrokken. Werk aan de Atjehtram Van Tongeren werd in november 1902 bevorderd tot kapitein en geplaatst bij de plaatselijke geniedienst te Tjimahi. In juni 1904 werd hij te werk gesteld bij de gewestelijke en plaatselijke geniedienst vTOngeren en gezienan de Eerste Militaire Afdeling op Java te Batavia en ter beschikking gesteld van de chef van het wapen der genie. Een jaar later werd hij overgeplaatst naar het hoofdbureau te Batavia, om in april 1907 wegens langdurige dienst als officier twee jaar verlof naar Europa te krijgen. Die tijd benutte hij om cursussen in draadloze telegrafie en betonbouw te volgen in Berlijn, Wenen en Delft. Van Tongeren keerde op 13 maart 1909 met het stoomschip Gede terug naar de Oost; aldaar was inmiddels een Nederlands-Indische Telegraaf Commissie ingesteld, waarvan Van Tongeren tot lid werd benoemd. Inmiddels was hij van de Vierde Afdeling van het Hoofdbureau der Genie overgeplaatst naar de dienst van de Atjeh-stoomtram te Kota Radja. Aldaar was zijn werkplek eerst bij de de dienst van aanleg der Atjehstoomtram te Langsa en vanaf juni 1912 bij het Korps Genietroepen, detachement Koeala Simpang, waar hij optrad als commandant van de Spoorwegafdeling. Latere loopbaan Van Tongeren werd kort hierop bevorderd tot majoor, voor korte tijd gedetacheerd bij het subsistentenkader te Batavia en in december 1913 overgeplaatst naar de Gewestelijke en Plaatselijke geniedienst van de Tweede Militaire Afdeling op Java, standplaats Malang. In mei 1914 werd hij bevorderd tot luitenant-kolonel en op zijn verzoek met ingang van 15 mei 1916, wegens volbrachte diensttijd, eervol uit de militaire dienst ontslagen, onder toekenning van de titulaire rang van kolonel. Hierna keerden Van Tongeren en zijn gezin naar Nederland terug en vestigen zich in Amsterdam, waar Van Tongeren actief werd als procuratiehouder en later als mede-eigenaar van een auto-exportbedrijf de kost verdiende. In zijn vrije tijd was hij in functie als Grootmeester (vanaf juni 1930, als opvolger van professor mr. J.H. Carpentier Alting) bij de Vrijmetselarij. Tijdens het Internationale Congres van de Liga van Vrijmetselaren van augustus 1930 werd Van Tongeren, Grootmeester der Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden, tot erelid benoemd. In deze positie van Grootmeester ondernam hij vele reizen, waaronder, in 1932, naar Zuid-Afrika en in 1937 naar Nederlands-Indië. Hij werd in deze tijd titulair bevorderd tot generaal-majoor. In 1940 werd Van Tongeren wegens de Vrijmetselaarscontacten door de Duitsers gearresteerd en in maart 1941 op transport gesteld naar Sachsenhausen. Hij overleed in maart 1941 te Oranienburg. Zijn stoffelijk overschot werd later herbegraven op Begraafplaats Westerveld te Driehuizen. Bron: https://www.nederlandsekrijgsmacht.nl/index.php/kl/97-koninklijk-nederlandsch-indisch-leger/knil-militairen/1092-tongeren-hermannus-van

768

Militaire loopbaan

Hermannus van Tongeren (Bergen op Zoom, 16 april 1876 - Sachsenhausen, 29 maart 1941)  volgde de opleiding aan de Koninklijke Militaire Academie, afdeling genie, bestemd voor het leger in Nederlands-Indië. In juli 1895 behaalde hij zijn luitenantsexamen met zulke goede cijfers dat aan hem een ereprijs, bestaande uit een gouden remontoir horloge met inscriptie en gouden ketting werd toegekend. Dit was een eer die in 1907 ook de latere generaal Berenschot te beurt viel.

 

Van Tongeren reisde naar de Oost, waar hij in november 1896 ingedeeld werd bij de geniedienst in de Zuider- en Oosterafdeling van Borneo, te Bandjermassin. In het najaar van 1897 werd hij overgeplaatst bij het Korps Genietroepen te Magelang. In deze tijd,  in april 1898, trouwde hij te Batavia met Jeanne Wilhelmina Holle. Kort daarop werd hij overgeplaatst bij de derde compagnie van het Korps Genietroepen te Segli.

 

In juni 1898 werd een expeditie naar Pedir (Atjeh) gehouden; de opperbevelhebber was kolonel J.B. van Heutsz en de genietroepen, waaronder Van Tongeren, die hieraan deelnamen, stonden onder commando van majoor E. Marcella (de zwager van generaal-majoor der Artillerie George Frederik Willem Borel). De cavalerie stond onder bevel van ritmeester L. D.C. de Lannoy.

 

Militaire Willemsorde

Met inbegrip van de twee bataljons die vanuit Groot Atjeh naar Segli werden gedirigeerd was de expeditionaire macht, die van daar uit tegen Pedir en Gighen optrad, opgebouwd uit ongeveer 3.000 man; de colonne die vanuit Selimoen ageerde telde 1.100 man.  Na aflooKaart van Pedirp van de expeditie werd Van Tongeren, in maart 1899, bevorderd tot eerste luitenant en verkreeg  bij Koninklijk Besluit van 28 september 1899 nummer 43 de Militaire Willemsorde voor zijn verrichtingen op Atjeh in de periode van 1 juni tot en met 25 oktober 1898 en met name voor de vermeestering van Kota Poetoïh op 12 juni 1898.

 

Van Tongeren werd in januari 1899 overgeplaatst van Segli naar de geniedienst van Atjeh en Onderhorigheden te Kota Radja en in september van het jaar daarop te werk gesteld bij de gewestelijke en plaatselijke geniedienst van de Eerste Militaire Afdeling op Java, standplaats Batavia. In februari wisselde hij, bij dezelfde Militaire Afdeling,  Batavia in voor Bandoeng. Bij Koninklijk Besluit van 17 maart 1902 nummer 17 werd Van Tongeren voor de duur van drie jaar gedetacheerd bij het Leger in Nederland, teneinde op te treden als leraar aan de Koninklijke Militaire Academie. Maar dit besluit werd bij Koninklijk Besluit van 24 mei 1902 nummer 20 weer ingetrokken.

 

Werk aan de Atjehtram

Van Tongeren werd in november 1902 bevorderd tot kapitein en geplaatst bij de plaatselijke geniedienst te Tjimahi. In juni 1904 werd hij te werk gesteld bij de gewestelijke en plaatselijke geniedienst vTOngeren en gezienan de Eerste Militaire Afdeling op Java te Batavia en ter beschikking gesteld van de chef van het wapen der genie.  Een jaar later werd hij overgeplaatst naar het hoofdbureau te Batavia, om in april 1907 wegens langdurige dienst als officier twee jaar verlof naar Europa te krijgen. Die tijd benutte hij om cursussen in draadloze telegrafie en betonbouw te volgen in Berlijn, Wenen en Delft.

 

Van Tongeren keerde op 13 maart 1909 met het stoomschip Gede terug naar de Oost; aldaar was inmiddels een Nederlands-Indische Telegraaf Commissie ingesteld, waarvan Van Tongeren tot lid werd benoemd. Inmiddels was hij van de Vierde Afdeling van het Hoofdbureau der Genie overgeplaatst naar de dienst van de Atjeh-stoomtram te Kota Radja. Aldaar was zijn werkplek eerst bij de de dienst van aanleg der Atjehstoomtram te Langsa en vanaf juni 1912 bij het Korps Genietroepen, detachement Koeala Simpang, waar hij optrad als commandant van de Spoorwegafdeling.

 

Latere loopbaan

Van Tongeren werd kort hierop bevorderd tot majoor, voor korte tijd gedetacheerd bij het subsistentenkader te Batavia en in december 1913 overgeplaatst naar de Gewestelijke en Plaatselijke geniedienst van de Tweede Militaire Afdeling op Java, standplaats Malang. In mei 1914 werd hij bevorderd tot luitenant-kolonel en op zijn verzoek met ingang van 15 mei 1916,  wegens volbrachte diensttijd, eervol uit de militaire dienst ontslagen, onder toekenning van de titulaire rang van kolonel.

 

Hierna keerden Van Tongeren en zijn gezin naar Nederland terug en vestigen zich in Amsterdam, waar Van Tongeren actief werd als procuratiehouder en later als mede-eigenaar van een auto-exportbedrijf de kost verdiende. In zijn vrije tijd was hij in functie als Grootmeester (vanaf juni 1930, als opvolger van professor mr. J.H. Carpentier Alting) bij de Vrijmetselarij.

 

Tijdens het Internationale Congres van de Liga van Vrijmetselaren van augustus 1930 werd Van Tongeren, Grootmeester der Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden, tot erelid benoemd. In deze positie van Grootmeester ondernam hij vele reizen, waaronder, in 1932, naar Zuid-Afrika en in 1937 naar Nederlands-Indië. Hij werd in deze tijd titulair bevorderd tot generaal-majoor.

 

In 1940 werd Van Tongeren wegens de Vrijmetselaarscontacten door de Duitsers gearresteerd en in maart 1941 op transport gesteld naar Sachsenhausen. Hij overleed in maart 1941 te Oranienburg. Zijn stoffelijk overschot werd later herbegraven op Begraafplaats Westerveld te Driehuizen.

 

Bron: https://www.nederlandsekrijgsmacht.nl/index.php/kl/97-koninklijk-nederlandsch-indisch-leger/knil-militairen/1092-tongeren-hermannus-van

550

480